Waar schreef Anne over?

”Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken.”

Anne Frank, Het Achterhuis, 16 maart 1944

Meer dan twee jaar lang schrijft Anne in haar dagboek. Dagelijkse gebeurtenissen in de schuilplaats, haar angsten: ze laat tot in detail zien wat ze denkt, voelt en meemaakt. Af en toe durft Anne ook te dromen over ‘na de oorlog’. Al schrijvend ontwikkelt ze bovendien haar ideeën over de wereld, het geloof en de natuur die ze zo mist.

Een dag in het Achterhuis

De onderduikers hebben 761 dagen in het Achterhuis gezeten. Hoe komen Anne en de andere onderduikers al die lange dagen door? Hoewel niet iedere dag hetzelfde is, zit er wel een ritme in het leven in het Achterhuis. In een aantal korte verhaaltjes geeft Anne een indruk van een doordeweekse dag in het Achterhuis.

06:45
De ochtend
  1. 06:45

    Om 6.45 uur gaat de wekker bij het echtpaar Van Pels. Hermann van Pels staat op, zet water op en gaat naar de badkamer. Na een kwartier is de badkamer weer vrij en is Fritz Pfeffer aan de beurt. Anne staat dan ook op en haalt de verduisteringsschermen weg, die voor de ramen zitten. Een voor een gebruiken de onderduikers de badkamer.

    ’Margot en moeder zijn zenuwachtig. “Sst… vader, stil Otto, sst… Pim! Het is halfnegen. Kom nu hier, je kunt niet meer het water laten lopen. Loop zachtjes!” Dit zijn de diverse uitroepen voor vader. Klokslag halfnegen moet hij in de kamer zijn. Geen druppel water, geen wc, niet lopen, alles stil.’

    Anne Frank, Het Achterhuis, 23 augustus 1943
    Reconstructie van de badkamer in het Achterhuis uit 1999. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg.

    Reconstructie van de badkamer in het Achterhuis uit 1999. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg.

  2. 08:30

    Om 8.30 breekt het gevaarlijkste half uur van de dag aan. De mannen in het magazijn beginnen dan aan hun werkdag, terwijl de helpers van het kantoor er nog niet zijn. Elk geluid van de onderduikers is dan gevaarlijk. Als de helpers om 9.00 uur aan het werk gaan in het kantoor boven het magazijn, kunnen de onderduikers opgelucht adem halen. Ze moeten nog steeds stil zijn, maar een geluid van boven wekt dan minder argwaan in het magazijn.

    De rest van de ochtend staat in het teken van lezen en leren en de voorbereidingen voor de middagpauze.

    ‘Kleiman vertelt de laatste nieuwtjes uit de stad, hij is daarvoor inderdaad een uitstekende bron. Kugler komt holderdebolder de trap op, een korte en stevige tik op de deur en hij komt handenwrijvend binnen, al naar gelang de stemming goed gemutst en druk of slecht gehumeurd en stil.’

    Anne Frank, Het Achterhuis, 5 augustus 1943
    Reconstructie van het achtermagazijn, 1999. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto Allard Bovenberg.

    Reconstructie van het achtermagazijn, 1999. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto Allard Bovenberg.

  3. 12:30

    Om 12.30 uur gaan de mannen van het magazijn naar huis om daar te eten. De helpers en onderduikers hebben dan even het rijk alleen.

    Reconstructie van het voormagazijn, 1999. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto Allard Bovenberg.

    Reconstructie van het voormagazijn, 1999. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto Allard Bovenberg.

  4. 12:45

    Om 12.45 uur komen de helpers naar het Achterhuis om daar te lunchen. Meestal zijn dat Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep Voskuijl. In het begin is Bep’s vader Johan Voskuijl er ook vaak bij. Ook Jan Gies (de echtgenoot van Miep) luncht regelmatig mee, hoewel hij elders in de stad werkt. Miep Gies bewaakt meestal het fort in het voorkantoor.

    Reconstructie van de ingerichte woonkamer/keuken in het Achterhuis. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg.

    Reconstructie van de ingerichte woonkamer/keuken in het Achterhuis. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg.

  5. 13:00

    Om 13.00 uur gaat de radio aan voor het laatste nieuws van de BBC. Vanaf 13.15 uur wordt er gegeten, voor de helpers is er soep en een toetje. Om 13.45 uur gaan de helpers weer aan het werk.

    Als de onderduikers alles opgeruimd hebben, is het tijd voor een middagdutje. Anne gebruikt die tijd om te leren of te schrijven. Rond een uur of vier is het tijd voor koffie en vanaf dat moment beginnen de voorbereidingen voor het avondeten. Om 17.30 uur gaan de mannen uit het magazijn naar huis.

    Het is niet bekend welk soort radio er in het Achterhuis stond. Dit type radio van Philips (type: 203U) is een mogelijke kandidaat en werd gemaakt aan het begin van de oorlog in 1941-1942. Collectie: Radiomuseum Rotterdam / Foto: Vincent Schriel. Bron: Wikimedia Commons. Rechten: CC BY-SA 3.0.

    Het is niet bekend welk soort radio er in het Achterhuis stond. Dit type radio van Philips (type: 203U) is een mogelijke kandidaat en werd gemaakt aan het begin van de oorlog in 1941-1942. Collectie: Radiomuseum Rotterdam / Foto: Vincent Schriel. Bron: Wikimedia Commons. Rechten: CC BY-SA 3.0.

  6. 17:30

    Helpster Bep Voskuijl komt meestal om 17.30 uur nog even langs om te kijken of de onderduikers nog iets nodig hebben. Als zij om 17.45 uur ook naar huis gaat, verspreiden de onderduikers zich over het pand.

    Hermann van Pels bekijkt de post van de dag, Peter van Pels haalt het brood dat in het kantoor is klaargelegd, Otto Frank typt brieven op de schrijfmachine, Margot en Anne doen kantoorwerk voor de helpers en Auguste van Pels en Edith Frank koken het avondeten.

    ‘Halfzes: Bep komt om ons de avond vrijheid te schenken. Er komt dadelijk schot in het bedrijf. Ik ga eerst met Bep nog eens naar boven, waar zij meestal ons avondtoetje al vooruit krijgt.’

    Anne Frank, Het Achterhuis, 10 augustus 1943

    Boodschappenbriefje van Hermann van Pels. Miep Gies vond het na de oorlog in haar jaszak. Collectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam.

  7. 21:00

    Na het avondeten wordt er nog wat gelezen en gepraat. Vanaf 21.00 uur beginnen de voorbereidingen voor de nacht. Allerlei meubels moeten verplaatst worden, bijvoorbeeld in de kamer van het echtpaar Van Pels. Net als ‘s ochtends gaan de onderduikers volgens een strak schema een voor een naar de badkamer. Elke dag moeten wanneer de zon onder gaat de ramen verduisterd worden. Als dat gebeurd is, wordt het langzaam stil in het Achterhuis.

    De woonkamer van het Achterhuis in 1954. © Maria Austria Instituut. foto Maria Austria

    De woonkamer van het Achterhuis in 1954. © Maria Austria Instituut. foto Maria Austria

Een huis vol angst

De onderduikers in het Achterhuis leefden in permanente angst voor ontdekking. Wat waren de grootste gevaren?

De ene dag lachen we om het koddige van de schuilsituatie, maar de andere dag en nog veel meer dagen zijn we bang, staan angst, spanning en wanhoop op ons gezicht te lezen.

Anne Frank, Het Achterhuis, 26 mei 1944

Het magazijn

In het magazijn werken mensen die niet op de hoogte zijn van de onderduikers. Zij mogen absoluut niets merken. Een uitzondering is de magazijnmeester Johan Voskuijl, de vader van Bep. Hij timmert de boekenkast die voor de toegang tot de schuilplaats wordt gezet en is de steun en toeverlaat van de onderduikers.

Als hij door een ernstige ziekte vanaf het voorjaar van 1943 moet stoppen met werken, is dat een groot gemis voor de onderduikers. Ze hebben vanaf dat moment niemand meer die in het magazijn een oogje in het zeil houdt.

Uit het raam kijken of naar buiten gaan mogen wij natuurlijk nooit. Ook moeten we zachtjes zijn, want beneden mogen ze ons niet horen.

Anne Frank, Het Achterhuis, 11 juli 1942

Betrouwbare leveranciers

De helpers zijn voor eten en andere boodschappen compleet afhankelijk van betrouwbare leveranciers. Wanneer 'hun' groenteman gearresteerd wordt, omdat hij twee Joodse onderduikers in huis had, is dat een groot gemis. Wie moet zorgen voor de grote hoeveelheden aardappelen?

De buren

Ook de buren mogen niets merken. Het afval van het Achterhuis wordt in de kachel verbrand, wanneer het teveel wordt om het weg te moffelen tussen het bedrijfsvuil. De gordijnen van het Achterhuis zijn overdag permanent dicht. Toch kan Anne het af en toe niet laten om ‘s avonds - als alles donker is - door een verrekijker naar de buren te gluren.

Bombardementen

Amsterdam is tijdens de oorlog regelmatig het doelwit van bombardementen en ook zijn er luchtgevechten. De onderduikers zijn dan doodsbang, want ze kunnen geen kant op. Wat moeten ze doen als er brand uitbreekt? Vooral in het begin is Anne erg bang. Het liefste zoekt ze dan steun bij haar vader. Hij vertelt dan zelf verzonnen verhaaltjes om haar te kalmeren.

Zondag is Amsterdam‑Noord heel zwaar gebombardeerd. De verwoesting moet ontzettend zijn. (...) Rillingen krijg ik als ik nog aan het doffe, dreunende gerommel in de verte denk, dat voor ons een teken van de naderende vernieling was.

Anne Frank, Het Achterhuis, 19 juli 1943

Inbrekers en politie

Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer de schaarste toeneemt, en daarmee ook het aantal inbraken. Ook het pand waarin de onderduikers zitten is een paar keer het doelwit van een inbraak. Inbrekers zoeken naar eten of waardevolle spullen.

Begin april 1944 komt er na een inbraak zelfs een politieagent polshoogte nemen. Hij inspecteert het pand. Doodstil wachten de onderduikers bijna 30 uur af - het was Pasen en op maandag was er niemand op kantoor, ook de helpers niet. Gelukkig loopt het met een sisser af en worden ze niet ontdekt.

Annes toekomstdromen

Net als veel tieners plakt Anne Frank posters en plaatjes op de muur van haar kamer. De filmsterren, historische figuren, kunstwerken en kinderfoto’s op Annes muur vertellen samen een verhaal. Ze geven ons toegang tot haar wereld. We zien haar dromen. En we zien haar volwassen worden in het Achterhuis.

Ons kamertje was met die strakke muren tot nu toe erg kaal; dankzij vader, die m'n hele prentbriefkaarten- en filmsterrenverzameling van tevoren al meegenomen had, heb ik met een lijmpot en kwast de hele muur bestreken en van de kamer één plaatje gemaakt.

Anne Frank, Het Achterhuis, 11 juli 1942

Actrice in Hollywood

De dertienjarige Anne, die het Achterhuis binnenstapt, heeft een grote droom: actrice worden in Hollywood. Op de wanden van haar kamertje plakt zij een flink aantal – vooral Amerikaanse – idolen. Van helper Victor Kugler krijgt zij vanaf begin 1944 elke maandag het tijdschrift ‘Cinema & Theater’.

Anne kijkt er naar uit. Op 28 januari 1944 schrijft zij in haar dagboek: ‘Mijnheer Kugler maakt me elke maandag blij als hij de Cinema & Theater meebrengt.’ Anne lijkt het zonde te vinden om daarin te knippen. De plaatjes van de filmsterren op haar wanden komen uit het damestijdschrift ‘Libelle’.

Het tijdschrift Cinema & Theater, 8 januari 1944. Collectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam.

Het tijdschrift Cinema & Theater, 8 januari 1944. Collectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam.

Bep, die dikwijls haar vrije dagen met haar vriend in de bios doorbrengt, deelt me de titel van de voorgenomen film 's zaterdags mee en ik ratel voor haar zowel de hoofdrolvertolkers als de kritiek in één keer af.

Anne Frank, Het Achterhuis, 28 januari 1944

Nieuwe droom: schrijfster

Tijdens de onderduik ontdekt de bijna vijftienjarige Anne nog een passie: schrijven. Ze wil na de oorlog een beroemd journaliste en schrijfster worden. En mocht dat niet lukken, dan kan ze altijd nog alleen voor zichzelf schrijven.

Nu genoot ik verder ongestoord van m'n onvergetelijke vakantie en was voorgoed van alle beroemdheids-illusies genezen, want nu had ik het leven van die beroemdheden dan eens van meer dichtbij gezien.

Anne Frank, verhaaltje ‘Filmster-illusies’, 24 december 1943

Mythologie en kunstgeschiedenis

Tijdens de onderduikperiode raakt Anne meer en meer geïnteresseerd in kunstgeschiedenis en de Griekse en Romeinse mythologie. In haar dagboek schrijft ze op 8 mei 1944 wat ze wil doen als de oorlog voorbij is: ‘Ik zou graag een jaar naar Parijs en een jaar naar Londen gaan om de taal te leren en kunstgeschiedenis te studeren.’

Tijdens de restauratie van de plaatjes op Annes kamer in het Achterhuis kwam er een verrassing tevoorschijn. Achter sommige plaatjes bleken andere plaatjes te zitten. En zo zien we hoe Anne zich ontwikkelt in de tijd dat ze ondergedoken zit. Babyplaatjes en filmsterren gaan schuil onder afbeeldingen over haar nieuwe interesse: kunstgeschiedenis. Anne plakt bijvoorbeeld een zelfportret van Leonardo da Vinci over een kinderlijk kaartje. En over de Hollywoodactrices Rosemary en Priscilla Lane plakt ze de Pietà van Michelangelo.

Geloof, eer en geweten

Na de oorlog herinnert Otto Frank zich dat Anne weinig belangstelling toonde voor het vieren van joodse feestdagen of Sjabbat in het Achterhuis. ‘Ze stond er dan stilletjes bij.’ (Otto Frank, Herinneringen aan Anne, 1968). Toch dacht Anne wel degelijk na over jodendom en het joodse geloof. Ze ontwikkelde haar eigen ideeën over religie en de rol van de natuur. Otto was verrast toen uit het dagboek bleek hoezeer Anne zich had verdiept in het Joodse lijden door de eeuwen heen.

Als God me laat leven, zal ik meer bereiken dan moeder ooit deed, ik zal niet onbetekenend blijven, ik zal in de wereld en voor de mensen werken!

Anne Frank, Het Achterhuis, 11 april 1944

Gebedenboek

De eerste keer dat Anne in haar dagboek over het geloof schrijft, is de keer dat haar moeder haar een gebedenboek geeft om te lezen. Dat valt niet in goede aarde. Anne leest een paar gebeden, maar het doet haar niet zoveel. Wel bidt ze ‘s avonds voor het slapen gaan meestal met haar vader.
In de tweede helft van 1943 wordt het geloof belangrijker voor Anne. Ook schrijft ze in deze periode vaker teksten met een religieuze invalshoek in haar ‘mooie-zinnenboek’ (een schrift waarin ze citaten overschrijft uit boeken die ze leest).

Het gebedenboek van Edith Frank. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam.

Het gebedenboek van Edith Frank. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam.

Hannah

Anne maakt zich grote zorgen over het lot van de Joden en denkt vooral veel aan haar schoolvriendin Hannah Goslar. Hoe zou het met haar gaan? Vooral aan het einde van 1943 ziet zij Hannah een paar keer voor zich, in lompen gehuld. Anne voelt zich schuldig dat zij in een warm bed in het Achterhuis ligt, maar beseft ook dat zij niet veel meer kan doen dan voor Hannah en haar andere vriendinnen te bidden.

Onrechtvaardig

Het valt Anne op dat Joden en christenen anders worden behandeld. Ze schrijft dat als een Joods iemand iets doet, dat meteen op alle Joden terugslaat, terwijl dat voor een christen niet geldt. Anne vindt dat erg onrechtvaardig. Ze hoopt vurig dat antisemitisme in het bezette Nederland voorbij zal gaan en zal ophouden. Nederland is haar vaderland en ze wil eigenlijk niets liever dan er blijven. Het is haar thuis.

Wij kunnen nooit alleen Nederlanders of alleen Engelsen of van welke natie ook worden, wij zullen daarnaast altijd joden blijven. Wij zullen joden moeten blijven, maar wij willen het ook blijven.

Anne Frank, Het Achterhuis, 11 april 1944

Annes hoop

Als er in het pand aan de Prinsengracht ingebroken wordt en de onderduikers bijna ontdekt worden, noteert Anne in haar dagboek dat ze vooral moedig moeten blijven, niet mogen mopperen en op God moeten vertrouwen. Volgens haar heeft God de Joden nog nooit in de steek gelaten. Annes hoop is dat Joden na de oorlog weer als mensen worden beschouwd en niet alleen als Joden.

'Eer en geweten'

Anne denkt ook na over godsdienst in het algemeen. Volgens Anne houdt een godsdienst - en het maakt haar niet uit welke - mensen op het rechte pad. Centraal staan daarbij voor Anne ‘eer en geweten’. Als iedereen wat meer zou nadenken over wat hij of zij die dag beter had kunnen doen, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien.

De helende werking van de natuur

Annes religieuze besef geeft haar troost en ze verbindt dit met de natuur. Voor de onderduik gaf Anne niet zoveel om de natuur, maar nu ze lange tijd binnen opgesloten zit, beseft ze wat ze mist. Ze is overtuigd van de helende werking van de natuur. Volgens Anne zou iedereen die ongelukkig is een tijd in de natuur moeten doorbrengen, om zich weer beter te voelen.

De kastanjeboom waar Anne over schrijft, gefotografeerd door het zolderraam van het achterhuis, 2005. Fotocollectie: Anne Frank Stichting / foto: Hans van den Heuvel.

De kastanjeboom waar Anne over schrijft, gefotografeerd door het zolderraam van het achterhuis, 2005. Fotocollectie: Anne Frank Stichting / foto: Hans van den Heuvel.