Wie was Anne Frank?

”Ik weet wat ik wil, heb een doel, heb een mening, heb een geloof en een liefde. Laat me mezelf zijn, dan ben ik tevreden. Ik weet dat ik een vrouw ben, een vrouw met innerlijke sterkte en veel moed!”

Anne Frank, Het Achterhuis, 11 april 1944

Een Joods meisje vol met dromen en verhalen

Toen in Nederland de oorlog uitbrak, woonde Anne Frank in Amsterdam. Ze is geboren in Duitsland. Hoewel Anne maar 15 jaar oud geworden is, valt er veel over haar leven te vertellen.

1929

Het leven van Anne Frank in het kort, 1929 - 1945

Anne Frank is geboren op 12 juni 1929 in Frankfurt am Main in Duitsland. Vader Otto en moeder Edith hebben twee dochters: Margot en de drie jaar jongere Anne. Nadat Adolf Hitler in 1933 aan de macht komt, verhuist de Joodse familie Frank naar Amsterdam.
In mei 1940 bezet het Duitse leger Nederland. Om aan deportatie te ontkomen, duikt de familie Frank op 6 juli 1942 onder in het bedrijfspand van Annes vader. Al snel komen er nog vier Joodse onderduikers bij.
In de schuilplaats houdt Anne een dagboek bij.
Op 4 augustus 1944 worden de onderduikers gearresteerd en naar concentratiekampen gedeporteerd. In februari 1945, drie maanden voor het einde van de oorlog, sterft Anne in het concentratiekamp Bergen-Belsen.
Van de acht onderduikers overleeft alleen Otto Frank de oorlog.

Otto Frank met zijn dochters Anne en Margot, Frankfurt 1931. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam. Fotograaf onbekend.

Otto Frank met zijn dochters Anne en Margot, Frankfurt 1931. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam. Fotograaf onbekend.

1929

Annes leven begint in Frankfurt, 1929 - 1934

Annelies Marie Frank is geboren in Duitsland, in de stad Frankfurt am Main, op 12 juni 1929. Haar ouders zijn Otto Frank en Edith Frank-Holländer. De familie is Joods. Anne heeft een ruim drie jaar oudere zus: Margot. Annes vader werkt bij een bank, het familiebedrijf van de Franks.

Tijdens de eerste levensjaren van Anne ontstaat er in Duitsland een klimaat van onvrede en haat. Het vormt de voedingsbodem voor de Tweede Wereldoorlog. Duitsland zit in een zware economische crisis en veel Duitsers zijn verbitterd, omdat Duitsland de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) heeft verloren.

De Joden als zondebok

De NSDAP, een politieke partij onder leiding van Adolf Hitler, speelt in op die gevoelens. Hitler en zijn partij maken de Joden tot zondebok in Duitsland, door ze de schuld te geven van alle problemen. Hitler belooft Duitsland een gouden toekomst als alle Joden het land uit zijn. Hij begint met de opbouw van een groot en modern leger. Het antisemitisme en het geweld tegen Joden nemen toe, vooral nadat Hitler en zijn partij begin 1933 aan de macht komen. Annes ouders maken zich grote zorgen.

Otto, Edith en Margot Frank. Frankfurt, 1928. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Paul Beutler.

Otto, Edith en Margot Frank. Frankfurt, 1928. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Paul Beutler.

Waarom haatte Hitler de Joden?

Ontdek het verhaal

Waarom haatte Hitler de Joden?

Er zijn meerdere redenen voor de Jodenhaat van Adolf Hitler (1889-1945). Hitler werd beïnvloed door het anti-Joodse klimaat in het vooroorlogse Wenen, en door de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog.

Geen enkel taboe op Jodenhaat

In Wenen, de hoofdstad van het toenmalige Oostenrijks-Hongaarse rijk, probeerde de jonge Hitler van 1908 tot 1913 met weinig succes een bestaan als kunstschilder op te bouwen. Negen procent van de twee miljoen inwoners van Wenen was Joods, maar de stad kende een sterk anti-Joods klimaat. Met een uitgesproken antisemitische burgemeester, Karl Lueger, en veel anti-Joodse media, was er geen enkel taboe op Jodenhaat. Hitler is hierdoor zeker sterk beïnvloed.

De Duitsers verliezen de Eerste Wereldoorlog

De afloop van de Eerste Wereldoorlog (1914 -1918) heeft Hitlers wereldbeeld voor een groot deel gevormd. Net als veel andere soldaten kon hij de nederlaag van het Duitse keizerrijk niet accepteren. Het idee leefde sterk dat de oorlog niet op het slagveld was verloren, maar door verraad: door een ‘dolkstoot in de rug’. Socialisten, communisten en vooral Joden kregen de schuld, ook al hadden zij meegevochten in het leger.

Haat zaaien levert macht op

Hitler sloot zich na de oorlog aan bij een nieuwe extreem-rechtse partij, de DAP (vanaf 1920 NSDAP). Hij kwam al snel aan de macht in de partij omdat hij veel mensen wist te inspireren. Hij merkte al snel dat hij, in het economisch en politiek ontredderde Duitsland, de meeste stemmen kreeg met redevoeringen tegen Joden en communisten.

Het Arische (Germaanse) ras moest heersen

Hitler en zijn partij waren fel tegen de Duitse democratie. In 1923 pleegden zij daarom in München een staatsgreep, die mislukte.

Hitler werd veroordeeld en schreef tijdens zijn gevangenschap van negen maanden het eerste deel van zijn boek Mein Kampf (Mijn Strijd). In dat boek zette hij uiteen dat het Arische (Germaanse) ras moest streven naar de heerschappij in Europa, of anders ten onder zou gaan. Daarom moesten mensen met een handicap, met afwijkende seksuele voorkeuren, en mensen van een ander ras uit de bevolking worden verwijderd. Joden waren voor hem een inferieur ras dat Duitsland vergiftigde.

Redevoeringen, organisatietalent en strijdlust

Er waren meer uitgesproken en zelfs fellere antisemieten dan Adolf Hitler. Maar met zijn sterke redevoeringen, doorspekt met anti-Joodse uithalen, met zijn organisatorisch talent en zijn nationalistische strijdlust was Hitler begin jaren ‘30 van de vorige eeuw een aantrekkelijk alternatief voor veel Duitse kiezers. Hij had aanhangers (nazi’s) die niet terugdeinsden voor geweld en terreur. In januari 1933 kwamen Hitler en zijn partij dan ook – via democratische verkiezingen – aan de macht.

Afbeeldingen

Adolf Hitler in 1937. Collectie: Das Bundesarchiv. Fotograaf onbekend. Bron: Wikimedia Commons. Rechten: CC-BY-SA 3.0 DE.

Vernietigde Joodse winkels in Magdeburg (Duitsland) na de Kristallnacht in november 1938. Collectie: Das Bundesarchiv. Fotograaf onbekend. Bron: Wikipedia. Rechten: CC BY-SA 3.0 DE.

1934

Een nieuw thuis in Nederland, 1934 - 1940

Otto en Edith Frank besluiten om uit Duitsland weg te gaan. Niet alleen vanwege de nazi’s, maar ook omdat de zaken bij de bank niet goed gaan. Met hulp van zijn zwager Erich Elias begint Otto het bedrijf Opekta in Amsterdam. Opekta verkoopt pectine, een natuurlijk bindmiddel waarmee mensen zelf vruchtenjam kunnen maken.

Anne in Amsterdam

Anne is vier als ze naar Nederland komt. Ze voelt zich al gauw thuis en pikt - net als Margot - de nieuwe taal snel op. Anne en Margot gaan naar een Nederlandse school en maken nieuwe vriendinnetjes.

In Duitsland groeit de haat

Voor de familie Frank is het een opluchting om weg te zijn uit nazi-Duitsland. Maar ze maken zich nog wel zorgen over de achtergebleven oma en ooms. Die krijgen steeds meer te maken met antisemitisme.

In de nacht van 9 op 10 november 1938 organiseren de nazi’s een pogrom in Duitsland: synagoges worden in brand gestoken, winkels van Joodse eigenaren verwoest, meer dan 100 Joden vermoord en meer dan 30.000 Joodse mannen gevangen gezet.

Na die gruwelijke nacht, die later de Kristallnacht zou heten, vluchten Annes ooms via Nederland naar de Verenigde Staten. Annes oma komt naar Amsterdam. De andere familieleden hadden Duitsland al eerder verlaten.

1940

Oorlog! 1940 - 1942

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger Nederland aan. Al na een paar dagen, en een zwaar bombardement op het centrum van Rotterdam, capituleert de Nederlandse legerleiding voor de Duitse overmacht. Nederland is een bezet land. Eerst laten de nazi's de Joden met rust. Maar geleidelijk aan worden er steeds meer anti-Joodse maatregelen ingevoerd. Wat zijn de nazi's van plan met de 140.000 Joden in Nederland?

‘Voor Joden verboden’

De wereld van de Joden in Nederland wordt steeds kleiner. Steeds meer mag niet en is ‘Voor Joden verboden’: de bibliotheek, de bioscoop, de sportvereniging, het park - het gaat steeds verder.

Na de zomervakantie van 1941 moeten Margot en Anne zelfs naar een aparte Joodse school. De bezetter wil Joodse en niet-Joodse leerlingen van elkaar scheiden. In de lente van 1942 gaan er geruchten dat alle Joden uit Nederland weggevoerd zullen worden. Otto en Edith treffen in het diepste geheim voorbereidingen om daaraan te ontkomen.

Verbodsbord 'Tijdens markt voor Joden verboden' op de bloemenmarkt op het Singel, mei 1941. Fotograaf onbekend. Collectie: Stadsarchief Amsterdam.

Verbodsbord 'Tijdens markt voor Joden verboden' op de bloemenmarkt op het Singel, mei 1941. Fotograaf onbekend. Collectie: Stadsarchief Amsterdam.

1942

Het Achterhuis, 1942 – 1944

Dan worden de geruchten waar. Op 5 juli 1942 levert een politieagent een oproep af bij de familie Frank. Margot moet zich melden om in Duitsland te gaan werken. Otto en Edith weten dat dit het moment is waarop ze zich hebben voorbereid. Ze hebben een schuilplaats ingericht in een leegstaand gedeelte - het Achterhuis - van Otto’s bedrijfspand.

De helpers wagen hun leven

In dat Achterhuis duikt het gezin onder, in de hoop niet gedeporteerd te worden. Dit betekent dat ze nooit meer naar buiten kunnen - ook niet om bijvoorbeeld eten te kopen. Vijf werknemers van Annes vader - Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Johan en Bep Voskuijl - zijn zo moedig om hen te helpen. En ook Jan Gies helpt zoveel als hij kan. Wie de Joden helpt, riskeert zware straffen. De helpers riskeren gevangenisstraf, deportatie en zelfs executie.

Acht onderduikers

De familie Frank duikt niet alleen onder. Er is ruimte voor meer personen in het Achterhuis. Ook Hermann van Pels, zijn vrouw Auguste en zoon Peter hopen er veilig te zijn. In november 1942 komt er nog een achtste onderduiker bij: Fritz Pfeffer.

Doodstil zijn

Elke dag zijn de onderduikers bang dat ze ontdekt worden. Overdag moeten ze doodstil zijn, want in het bedrijf werken naast de helpers ook mensen die absoluut niet mogen merken dat er onderduikers in het Achterhuis zitten.

De onderduikers en de helpers

Klik hier en ontdek het verhaal

De onderduikers en de helpers

De onderduikers De helpers

Anne Frank

Dochter van Otto en Edith, zus van Margot

Anne is een druk kind en een grapjas. Heel anders dan haar oudere zus Margot. Ze heeft voor de onderduik veel vrienden en vriendinnen. Anne heeft ook een serieuze kant, die steeds meer naar boven komt als ze ondergedoken zit.

Johannes Kleiman, een van de helpers, zegt over Annes ontwikkeling tijdens de onderduik: 'Anne was dertien toen zij hier kwam en vijftien toen ze werd meegenomen. In de tussentijd was ze van kind een jonge vrouw geworden.'

Otto Frank

Vader van Anne en Margot, man van Edith

Otto Frank is geboren op 12 mei 1889 in Frankfurt am Main. Hij heeft een oudere broer Robert, een jongere broer en zus, Herbert en Helene. Zijn vader Michael Frank heeft een bank, die gespecialiseerd is in valutahandel. De familie is Joods.

In haar herinneringen omschrijft helper Miep Gies Otto Frank als 'de kalmste, de onderwijzer van de kinderen, de meest nuchtere, degene die iedereen in balans hield. De leider, de baas. Als er een besluit genomen moest worden, keken alle ogen naar meneer Frank'.

Edith Frank

Moeder van Anne en Margot, vrouw van Otto

Edith Holländer is op 16 januari 1900 in Aken geboren. Zij heeft twee oudere broers en een oudere zus die jong stierf. De familie behoort tot de vooraanstaande leden van de Joodse gemeenschap in Aken.

Otto Frank schrijft over de relatie tussen Anne en haar moeder: ‘Natuurlijk maakte ik mij er zorgen over dat mijn vrouw en Anne geen goede band hadden en ik denk dat mijn vrouw daar nog meer onder geleden heeft dan Anne. In werkelijkheid was ze een fantastische moeder, haar kinderen kwamen altijd op de eerste plaats. Zij klaagde vaak dat Anne tegen alles wat zij deed in opstand kwam, maar het troostte haar te weten dat Anne mij vertrouwde.’

Margot Frank

Dochter van Otto en Edith, zus van Anne

Margot is netjes, rustig en haalt goede cijfers op school. Anne schrijft over haar drie jaar oudere zus: 'Eet als een muisje, praat helemaal niet'. Tijdens de onderduik hebben Anne en Margot een aantal keren ruzie, maar meestal gaat het goed tussen hen en praten ze over van alles en nog wat.

Anne schrijft dat Margot er over denkt om na de oorlog naar het toenmalig mandaatgebied Palestina te emigreren om daar kraamverzorgster te worden. Otto verklaart later dat ze medicijnen wilde gaan studeren. Net als Anne houdt ze een dagboek bij tijdens de oorlog. Maar het dagboek van Margot is nooit teruggevonden, en over de inhoud is helaas niets bekend.

Hermann van Pels

Vader van Peter, man van Auguste

Hermann van Pels (31 maart 1898) werkt vanaf 1938 in het bedrijf van Otto Frank. Helper Miep Gies herinnert zich hem als een 'grote forse man' en als 'een heel plezierig iemand, die zich moeiteloos wist in te passen'.

De vader van Hermann is Aron van Pels, van oorsprong een Nederlander. Aron vestigde zich na zijn huwelijk met Lina Vorsänger in Gehrde (Duitsland). Hij werkte daar in het bedrijf van zijn Duitse schoonvader, een groothandel in slagerijbenodigdheden. Aron en Lina kregen zes kinderen: Max, Henny, Ida, Hermann, Klara en Meta.

De vakkennis die Hermann nodig had in Otto’s bedrijf Pectacon, deed hij op in het bedrijf dat hij in 1919 met zijn broer oprichtte in Hamburg. Omdat Aron Nederlander bleef, waren ook zijn kinderen Nederlands en konden zich daarom probleemloos in NL vestigen.

Naam in Het Achterhuis : Mijnheer (Hermann) van Daan

Auguste van Pels

Moeder van Peter, vrouw van Hermann

Auguste wordt op 29 september 1900 geboren in Buer, Gelsenkirchen (Duitsland). Helper Miep Gies omschrijft Auguste als vlot en wat koket. De familie Van Pels zorgt voor de nodige opwinding, zowel in de vorm van plezier als door de vele heftige ruzies. Mevrouw Van Pels is de kokkin in huis. Ze praat graag over politiek en krijgt daarover geregeld ruzie met haar echtgenoot.

Naam in Het Achterhuis: Mevrouw (Petronella) van Daan

Peter van Pels

Zoon van Hermann en Auguste

Peter wordt op 8 november 1926 geboren in Osnabrück, vlakbij de Nederlandse grens. Hij heeft geen broers of zussen. Miep Gies vindt Peter van Pels een 'knappe gedrongen jongen met dik donker haar, dromerige ogen en een zacht karakter'. Tijdens de onderduik had ze bijna geen contact met hem: ‘Nooit een gesprek mee gehad, alleen een keer, toen hij vroeg of ik bloemen voor Anne wilde verzorgen.’ Bertel Hess, een nicht van Hermann van Pels, herinnert zich dat Peter zo handig*** was. 'Peter heb ik vaak gezien. Hij kwam bij tante Henny en bij zijn opa, die beiden ook uit Osnabrück waren gevlucht en in Amsterdam woonden. Hij was een heel lieve jongen, en verlegen, erg verlegen. Hij was heel handig.’

Naam in Het Achterhuis: Peter van Daan

Fritz Pfeffer

Fritz Pfeffer is op 30 april 1889 in Giessen (Duitsland) geboren. Zijn ouders zijn Joods en hebben een kledingzaak in het centrum van de stad. Het gezin is religieus en Fritz is dat ook altijd gebleven. Na zijn middelbare school studeert Fritz voor tandarts in Würzburg en Berlijn, waar hij zich ook zal vestigen als tandarts.

Na zijn eerste huwelijk hertrouwt Fritz met Charlotte Kaletta. Zij is niet Joods. Sinds de Nürnberger wetten van 1935 zijn huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden. Ze emigreren na de Kristallnacht naar Nederland, maar ook hier mogen ze na vanwege anti-Joodse maatregelen niet trouwen. Fritz wordt onder andere de tandarts van Miep Gies. Zij zorgt ervoor dat ook hij in het Achterhuis kan onderduiken.

Naam in Het Achterhuis: Mijnheer (Albert) Dussel

Miep Gies

Miep Gies-Santrouschitz werd op 15 februari 1909 in Wenen geboren. In 1933 werd Miep Gies secretaresse bij Opekta, het bedrijf van Otto Frank. Niet lang daarna leerde Miep ook Otto’s vrouw Edith en hun dochters Margot en Anne kennen. Miep en haar vriend Jan Gies kwamen regelmatig bij de familie Frank over de vloer en werden vrienden met de familie.

Ruim twee jaar lang voorziet zij samen met de andere helpers de onderduikers van onder andere eten, kleding en boeken. Over haar rol als helper zegt Miep: ‘Ik ben geen held. Helpen deed ik gewoon. Daar ging geen beslissing aan vooraf.’

Vlak na de arrestatie van de onderduikers, op 4 augustus 1944, brengt Miep Gies samen met Bep Voskuijl de dagboekaantekeningen van Anne Frank in veiligheid.

Pseudonym in The Diary of a Young Girl: Miep van Santen.

Bep Voskuijl

Bep (Elisabeth) Voskuijl wordt geboren op 5 juli 1919. Bep is de oudste van een gezin van acht kinderen. De familie Voskuijl is Nederlands hervormd en de kinderen gaan naar christelijke scholen.

Bep werkt vanaf haar achttiende tot haar achtentwintigste jaar voor het bedrijf van Otto Frank. Van de voorbereidingen voor de onderduik heeft ze weinig gemerkt. Ze ziet wel dat er meubilair in het achterhuis van het gebouw wordt neergezet, maar weet niet waarvoor, totdat Otto Frank haar eind juni 1942 inlicht.

Bep zorgt voor de melk en allerlei andere benodigdheden voor de onderduikers. Bovendien bestelt zij onder haar eigen naam schriftelijke cursussen voor hen. Daarmee hebben Anne, Margot en Peter stenografie geleerd. Voor Margot bestelt Bep ook nog een cursus Latijn. Bep eet regelmatig mee met de onderduikers, omdat er bij haar thuis al zoveel monden te voeden zijn.

Vlak na de arrestatie van de onderduikers, op 4 augustus 1944, brengt Miep Gies samen met Bep de dagboekaantekeningen van Anne Frank in veiligheid.

Pseudonym in The Diary of a Young Girl: Elli Vossen.

Johannes Kleiman

Johannes Kleiman wordt op 17 augustus 1896 geboren in Koog aan de Zaan. Begin jaren twintig van de vorige eeuw leert hij Otto Frank kennen wanneer Otto met zijn broer en zwager een bankfiliaal opent in Amsterdam. Kleiman wordt een van de belangrijkste mensen van dit bedrijf. De bank sluit echter alweer snel zijn deuren en Kleiman gaat weer elders werken. Zo richt hij vanaf 1934 een bedrijf op met zijn broer.

De banden tussen Otto Frank en Johannes Kleiman blijven bestaan. 'In 1933', vertelt Johannes Kleiman, 'stond Otto Frank plotseling weer voor de deur en dat was het begin van onze lange vriendschap.' Vanaf 1938 zijn ze beiden nauw betrokken bij de handelsonderneming Pectacon. Eind 1940 betrekt Pectacon het leegstaande pand aan de Prinsengracht 263. Daar is ook voldoende ruimte voor Opekta, het bedrijf van Otto Frank.

Johannes Kleiman is een van de helpers van de familie Frank en de andere onderduikers. Over zijn besluit om te helpen zegt hij in een radio-interview na de oorlog: “'De reden dat ik mijn medewerking heb verleend aan de verzorging van Otto Frank en zijn gezin gedurende de periode waarin hij moest onderduiken, is dat ik hem had leren kennen als een serieus zakenman en een zeer fatsoenlijk en hulpvaardig mens.”

Hij wordt na de ontdekking van de onderduikers op 4 augustus 1944 samen met Victor Kugler gearresteerd, maar wordt een ruime maand later vrijgelaten. Hij overlijdt op 28 januari 1959.

Pseudonym in The Diary of a Young Girl: Mr. Koophuis.

Victor Kugler

Victor Kugler werd geboren op 6 juni 1900 in Hohenelbe, in het huidige Tsjechië. Victor is op school een goede leerling. Hij blinkt uit in godsdienst, aardrijkskunde en geschiedenis, is goed in turnen en rekenen.

Victor heeft na zijn opleiding op een vakschool voor weverij diverse baantjes. Zo werkt hij als elektricien in een kolenmijn en bij Demag, een bedrijf dat industriële bouwmachines maakt. Voor Demag doet hij een montageklus in Utrecht. Victor blijft in Nederland en leert daar de Nederlandse Laua Maria Buntenbach kennen. Zij trouwen in 1928. Victor ontmoet Otto Frank door zijn werk in de pectinehandel. Hij wordt in 1933 de eerste medewerker in Otto Franks beginnende Amsterdamse Opekta-handel.

Pseudonym in The Diary of a Young Girl: Mr. Kraler.

Jan Gies

Net als zijn vrouw Miep helpt Jan de onderduikers in het Achterhuis. Jan heeft contacten bij de gemeente Amsterdam en is betrokken bij het ambtenarenverzet. Hij regelt hij bonnen voor eten en kleding voor de onderduikers en hij komt tussen de middag vaak even op bezoek. Jan is ook commissaris van Gies & Co. en de hoofdhuurder van het bedrijfspand van Otto Frank, waar de onderduikers in zitten.

De onderduikers zijn blij dat Miep en Jan zo vaak langskomen. Het is gezellig en zo horen zij het laatste nieuws uit de stad. Hermann van Pels kijkt vooral uit naar de bezoekjes van Jan Gies, omdat die regelmatig sigaretten voor hem meebrengt.

Pseudoniem in Het Achterhuis: Henk van Santen.

1942

Anne Frank, schrijfster, 1942 - 1944

Via de helpers horen de onderduikers het laatste nieuws. Dat nieuws is slecht: Joodse vrienden en kennissen worden door de nazi’s opgepakt en afgevoerd naar het doorgangskamp Westerbork in Drenthe. Van daar vertrekken treinen met onbekende bestemming naar het oosten. De onderduikers gaan er vanuit dat de meeste Joden daar worden vermoord.

Het Achterhuis

In de schuilplaats heeft Anne veel steun aan haar dagboek. Ze ontdekt dat schrijven haar gelukkig maakt. Anne houdt niet alleen haar dagboek bij: ze verzint ook korte verhaaltjes en schrijft stukken over uit boeken die ze mooi en interessant vindt. Haar grootste wens is om na de oorlog een beroemd schrijfster te worden. Na de oorlog wil ze een boek uitgeven over haar tijd in de schuilplaats: Het Achterhuis. Ze begint er zelfs al aan, met haar dagboekteksten als basis.

Reconstructie van de kamer van Anne Frank en Fritz Pfeffer. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg.

Reconstructie van de kamer van Anne Frank en Fritz Pfeffer. Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg.

1945

Annes laatste levensmaanden

Na twee jaar gebeurt toch waar de acht onderduikers zo bang voor waren: ze worden ontdekt. Op 4 augustus 1944 worden ze gearresteerd. Ze belanden via doorgangskamp Westerbork in het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz.

De bange vermoedens van de onderduikers blijken waar: gevangenen worden vermoord in de gaskamer of moeten zwaar werk doen tot ze er letterlijk bij neervallen. De gevangenen lijden voortdurend honger en de hygiënische omstandigheden zijn beroerd.

Annes dood

Eind oktober worden Margot en Anne overgeplaatst van Auschwitz naar het concentratiekamp Bergen-Belsen in het noorden van Duitsland. De toestand is ook daar chaotisch. Honderden gevangenen zitten samen in een barak. Soms moeten gevangenen met z’n drieën een bed delen. Margot en Anne krijgen tyfus. In februari bezwijkt eerst Margot. Anne volgt kort daarna. Ze is pas vijftien jaar. Margot en Anne zijn twee van de anderhalf miljoen Joodse kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord worden door de nazi’s en hun handlangers.

Gedenksteen voor Anne en Margot Frank in Bergen-Belsen. Anne en Margot hebben geen individueel graf.

Gedenksteen voor Anne en Margot Frank in Bergen-Belsen. Anne en Margot hebben geen individueel graf. Foto: bernswaelz. Bron: Pixabay. Rechten: CC0.

Laatste ontmoeting

Hanneli Goslar en Anne Frank waren sinds 1934 bevriend. Ze kenden elkaar van de kleuterschool.
Nadat Anne Frank was ondergedoken dacht Hanneli dat ze nooit meer iets van haar zou horen. In juni 1943 werd Hanneli met haar familie gearresteerd en ze eindigden als ‘uitwisselingsgevangenen’ in kamp Bergen-Belsen. In hun deel van het kamp kregen de gevangenen soms extra voedselrantsoenen van het Rode Kruis. De rest van het kamp lag achter een hek met prikkeldraad waar ze niet doorheen konden kijken.
Toch kwam Hanneli er in februari 1945 achter dat Anne zich aan de andere kant van de omheining bevond. Toen het donker werd ging ze naar haar op zoek.